“In the absence of data, we will always make up a story.”

(Brené Brown, onderzoekster)

 

Stel je voor, je zit op je werk en krijgt de volgende e-mail van jouw leidinggevende:

“Heb je straks even tijd? Ik wil iets met je bespreken”.

Meer staat er niet. Toch kan je hoofd hiermee onmiddellijk aan het werk gaan.

“Shit, wat heb ik verkeerd gedaan?”
“Oh jee, dit klinkt niet goed.”
“Straks krijg ik kritiek.”

Voor je het weet, voel je spanning en ben je in gedachten al een heel gesprek aan het voeren.

Jouw collega ontvangt precies hetzelfde bericht en denkt:

“Okay prima, ik hoor het straks wel.”

Deze collega haalt zijn schouders op en gaat verder met waar hij mee bezig was. Het bericht is hetzelfde. Het verhaal dat je er in je hoofd bij maakt, is totaal anders.

Dat verhaal dat jijzelf bedenkt, kan enorme invloed hebben op hoe je je voelt en wat je vervolgens doet.

Dat maakt gedachten interessant. Ze kunnen ontzettend overtuigend klinken en als waarheid voelen, terwijl je op dat moment helemaal niet weet of ze kloppen.

 

Een gedachte is iets wat je hoofd jou vertelt. Dat hoeft nog niet te betekenen dat het waar is.