“You are never really playing an opponent. You are playing yourself, your own highest standards”

(Arthur Ashe, tennisser)

 

Er komen de hele dag gedachten voorbij in je hoofd. Handige gedachten, vreemde gedachten, kritische gedachten en soms complete onzin. Of ze je helpen of niet, sommige gedachten klinken behoorlijk overtuigend. Zeker wanneer ze vaker terugkomen.

Ik noem je hoofd dan ook wel je ‘Piekerfabriek’

 

Neem afstand van jouw gedachten

Met de oefeningen hieronder ga je proberen om wat afstand te krijgen van zo’n gedachte. Niet door hem weg te duwen, of jezelf wijs te maken dat het tegenovergestelde waar is. Je gaat simpelweg een beetje spelen met de manier waarop je naar die gedachte luistert.

Je kunt ook een paar gedachten erbij pakken die je vandaag hebt opgemerkt. Ontdek wat er gebeurt als je er op verschillende manieren mee speelt.

Merk je dat een gedachte je blijft bezighouden? Probeer dan deze oefening.

Geef je gedachte een gekke stem
Zeg de gedachte opnieuw, maar nu met een overdreven stem. Denk aan een nieuwslezer, tekenfilmfiguur, robot of iemand die je goed kunt nadoen.

Zing je gedachte
Neem een bekende melodie en zing je gedachte. “Ik kan dit echt niet…” klinkt ineens heel anders op de melodie van een vrolijk kinderliedje.

Herhaal één woord
Pak het belangrijkste woord uit je gedachte. Bijvoorbeeld mislukt, dom of spannend. Herhaal het ongeveer 30 seconden achter elkaar. Luister wat er met het woord gebeurt.

Bedank je brein
Komt er een bekende gedachte voorbij? Reageer eens met:
“Dank je wel, brein. Daar is-ie weer.”
En ga verder met waar je mee bezig was.

Geef het verhaal een naam
Heb je een gedachte die regelmatig terugkomt? Geef het hele verhaal een titel.
“Ah, daar is het ‘ik-doe-het-nooit-goed-genoeg-verhaal’ weer.”

Zet er een zin voor
Van: “Ik ga dit verpesten.”
Naar: “Ik heb de gedachte dat ik dit ga verpesten.”
En eventueel: “Ik merk dat ik de gedachte heb dat ik dit ga verpesten.”

Probeer er vooral een paar. De ene oefening zal waarschijnlijk beter bij je passen of meer met je doen dan de andere.

Ga er niet van uit dat je je gedachten hiermee kwijtraakt. Het doel is om je gedachten minder serieus te nemen. Het experiment is om te ontdekken of je een gedachte kunt hebben, zonder dat deze grip op je krijgt.